Adolescentenstrafrecht: ZSM

Wordt een verdachte door de politie aangehouden, dan overleggen de politie, het Openbaar Ministerie, de Reclassering, Slachtofferhulp Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming in het ZSM-overleg over de verdere afhandeling (routering).

ZSM betekent dat de ketenpartners in de (jeugd)strafrechtketen veelvoorkomende criminaliteit samen aanpakken, op een snelle, slimme, selectieve, simpele en samenlevingsgerichte manier.

Beslist het OM naar aanleiding van het ZSM-overleg om een zaak zelf af te doen (en dus niet voor de rechter te brengen), dan is het adolescentenstrafrecht niet van toepassing. Het OM kan zaken met minderjarigen namelijk alleen afdoen volgens het jeugdstrafrecht en zaken met meerderjarigen alleen volgens het volwassenenstrafrecht.

Beslist het OM een zaak via een dagvaarding voor te leggen aan de rechter, dan kan al in het ZSM-overleg een eerste inschatting gemaakt worden welk strafrecht het beste past bij een verdachte van 16 tot 23 jaar: het jeugdstrafrecht of het volwassenenstrafrecht. Vaak zal dat overigens niet al direct duidelijk zijn tijdens het eerste ZSM overleg naar aanleiding van de aanhouding. Er is nader onderzoek nodig door de Raad voor de Kinderbescherming (voor 16- tot 18-jarigen) of de volwassenenreclassering (voor 18- tot 23-jarigen), al dan niet aangevuld met een Pro Justitia rapportage via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).

Meer informatie

In verzekering gesteld

Wordt de verdachte door de politie in verzekering gesteld, dan volgt (binnen een wettelijke termijn) voorgeleiding aan de rechter-commissaris. Nog vóór de voorgeleiding bij de rechter-commissaris krijgt de verdachte in de politiecel bezoek van een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming (bij 16- en 17-jarigen) of van de reclassering (bij 18- tot 23-jarigen), in het kader van vroeghulp. De rechter-commissaris beslist of de adolescent nog langer vastgehouden moet worden en waar.

Meer informatie

Adolescentenstrafrecht: ZSM