Adolescentenstrafrecht: veelgestelde vragen

Kunnen ook jongvolwassenen van 23 jaar of ouder veroordeeld worden volgens het jeugdstrafrecht?

In sommige gevallen kan dat. Het jeugdstrafrecht kan toegepast worden bij jongvolwassenen die 18 tot en met 22 jaar waren op het moment dat zij het delict pleegden. Dus ook als ze hiervoor veroordeeld worden als ze al 23 jaar zijn. Voor het gemak hebben we het in deze vragen en antwoorden verder over ’18 tot 23 jarigen’.

Ja, in hoger beroep wordt daar opnieuw over besloten.

Verdachten die worden aangehouden, worden als de ernst van de zaak of het onderzoek van de politie daar aanleiding toe geven, binnen een wettelijke termijn voorgeleid aan de rechter-commissaris. Die beslist of de voorlopige hechtenis moet voortduren of dat die geschorst kan worden. Dit geldt zowel voor minderjarigen van 12 jaar en ouder als voor volwassenen van 18 jaar en ouder.

Als de officier van justitie tijdens de voorgeleiding van een 18- tot 23-jarige aangeeft dat hij voornemens is om toepassing van het jeugdstrafrecht te vorderen, dan zijn er met de komst van het adolescentenstrafrecht nieuwe mogelijkheden ontstaan.

Als de rechter-commissaris besluit de verdachte in bewaring te stellen, kan hij ervoor kiezen de verdachte in een Justitiële Jeugdinrichting te plaatsen in plaats van in een huis van bewaring. Als de rechter-commissaris besluit om de voorlopige hechtenis te schorsen, kan hij het toezicht en de begeleiding opdragen aan de jeugdreclassering.

De schorsing kan in een later stadium weer worden opgeheven, als de verdachte de gestelde voorwaarden schendt. In dat geval wordt de verdachte geplaatst in een justitiële jeugdinrichting (JJI).

Gaat het om jongeren van 12 tot 18 jaar, dan adviseert de Raad voor de Kinderbescherming hierover. Gaat het om jong volwassenen van 18 tot 23 jaar, dan doet de volwassenenreclassering dat. Overweegt de reclassering om de inzet van het jeugdstrafrecht te adviseren, dan kan men de Raad voor de Kinderbescherming raadplegen. Die kijkt dan of de verdachte al eerder, als minderjarige, bij de Raad in beeld is geweest.

Daarnaast kan de officier van justitie of de rechter-commissaris een nader onderzoek vragen naar de persoonlijkheid van de verdachte. Dat onderzoek wordt uitgevoerd volgens landelijke richtlijnen, door een erkende deskundige, in opdracht van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP). Er komt dan een zogenoemde pro justitia (PJ) rapportage.

Nee, dat hoeft niet. Maar als eenmaal besloten is om het jeugdstrafrecht toe te passen, dan is er voor het opleggen van twee strafrechtelijke maatregelen wel het advies van een gedragsdeskundige nodig. Namelijk voor de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) en voor de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ).

Veelgestelde vragen over betrokken organisaties

Welke rol heeft de Raad voor de Kinderbescherming in het adolescentenstrafrecht? Wat is daarin anders dan voorheen?

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verschillende rollen bij de strafrechtelijke aanpak van adolescenten.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het Openbaar Ministerie en de rechter over de strafrechtelijke aanpak van minderjarigen van 12 tot 18 jaar. Dus ook bij 16- en 17-jarigen bij wie het volwassenenstrafrecht wordt ingezet. De Raad is beschikbaar voor consultatie door de reclassering bij adolescenten van 18 tot 23 jaar, als de reclassering overweegt om de inzet van het jeugdstrafrecht te adviseren.

De Raad is casusregisseur voor alle zaken waarbij het jeugdstrafrecht wordt ingezet. Dus niet alleen voor 12- tot 18-jarigen, maar ook voor 18- tot 23-jarigen die volgens het jeugdstrafrecht vervolgd en veroordeeld worden.

De Raad coördineert de inzet van taakstraffen, in alle zaken waarin zo’n straf vanuit het jeugdstrafrecht wordt opgelegd. Dus niet alleen voor 12- tot 18-jarigen, maar ook voor 18-tot 23-jarigen die volgens het jeugdstrafrecht vervolgd en veroordeeld worden. De Raad zorgt voor de inkoop van werkstraffen en erkende gedragsinterventies (leerstraffen), zorgt voor een goede match tussen jongere en de instelling waar de taakstraf uitgevoerd wordt en houdt in de gaten of de jongere zich aan de afspraken houdt. Zo niet, dan meldt de Raad dit aan het Openbaar Ministerie.

De Raad is voorzitter van de netwerk- en trajectberaden, die georganiseerd worden rond jongeren en jongvolwassenen die in een justitiële jeugdinrichting zitten, of die daar weer uit komen en voor wie nazorg geregeld moet worden.

Meer informatie is te vinden op de website van de Raad voor de Kinderbescherming

Het NIFP biedt onafhankelijke psychiatrische en psychologische expertise aan verschillende justitiële instellingen en organisaties.

Voor het adolescentenstrafrecht is vooral de rol van het NIFP bij pro justitia (PJ) rapportages van belang. De officier van justitie of de rechter-commissaris kan tijdens het strafrechtelijk onderzoek vragen om een advies over de persoonlijkheid van de verdachte adolescent. Het NIFP regelt dat een ter zake deskundige dat advies uitbrengt. Het NIFP is verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit van de rapportages.

Gaat het om een pro justitia rapportage over een 16- tot 23-jarige, dan neemt het NIFP hierin een advies op over de mogelijke inzet van het jeugdstrafrecht of van het volwassenenstrafrecht.

Gaat het om een consult in het kader van een voorgeleiding aan de rechter-commissaris, dan geeft het NIFP dit consult voorrang, met het oog op de afweging of de verdachte in een justitiële jeugdinrichting (JJI) of in een huis van bewaring moet worden geplaatst.

Meer informatie is te vinden op de website van het NIFP

Het Openbaar Ministerie zal bij elke verdachte van 18 tot 23 jaar beoordelen of het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Waar mogelijk gebeurt dat al vroeg in het strafproces. Het kan al bij de dagvaarding of bij de vordering inbewaringstelling kenbaar worden gemaakt, zodat de verdachte jongvolwassene in een justitiële jeugdinrichting (JJI) kan worden geplaatst en niet in een huis van bewaring.

Het Openbaar Ministerie kan bij verdachten van 18 tot 23 jaar geen strafbeschikking afgeven volgens de regels van het jeugdstrafrecht. De beslissing om het jeugdstrafrecht toe te passen bij 18- tot 23-jarigen is namelijk voorbehouden aan de rechter (Wetboek van Strafrecht, artikel 77c). Dat geldt overigens ook voor de toepassing van het volwassenen strafrecht bij jongeren van 16 of 17 jaar (WvS, artikel 77b).

Het Openbaar Ministerie kan in een strafbeschikking voor 16- of 17-jarigen conform het jeugdstrafrecht, wel bepalen dat het toezicht en begeleiding van de jongere wordt opgedragen aan de volwassenenreclassering en niet aan de jeugdreclassering (WvS, artikel 77f).

Meer informatie is te vinden op de website van het Openbaar Ministerie

De volwassenenreclassering blijft adviseren over meerderjarige verdachten, inclusief de 18- tot 23-jarigen. De belangrijkste verandering is dat in de advisering aan het Openbaar Ministerie en de rechter meer structureel een afweging wordt gemaakt of er aanleiding is het jeugdstrafrecht toe te passen bij 18- tot 23-jarigen. Tegen die achtergrond kan de Raad voor de Kinderbescherming worden geconsulteerd.

Verder maakt het adolescentenstrafrecht het mogelijk dat de rechter het uitvoeren van toezicht en begeleiding bij 16- tot 23-jarigen toewijst aan de volwassenenreclassering, ook als zij veroordeeld worden volgens het jeugdstrafrecht.

Omgekeerd kan het toezicht en begeleiding van 18- tot 23-jarigen bij wie het volwassenenstrafrecht wordt ingezet, niet worden opgedragen aan de jeugdreclassering.

De Jeugdreclassering houdt de taak om jongeren en jongvolwassenen te begeleiden aan wie een jeugdreclasseringsmaatregel is opgelegd. De verschuiving van de grens voor toepassing van jeugdstrafrecht naar 23 jaar zorgt voor een verruiming van de doelgroep van de jeugdreclassering.

Met de komst van het adolescentenstrafrecht kan de rechter bij de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen, toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering (JR) opleggen, maar ook door de volwassenenreclassering (VR). Nu zowel de VR als de JR de methodiek 'reclasseren met adolescenten en jongvolwassenen' hanteren is de vraag evident: wat is dan nog het verschil?

Op basis van een pilot waarin medewerkers van de JR en de VR met elkaar hebben meegelopen, is geconstateerd dat naast de vele overeenkomsten sprake is accentverschillen. Deze accentverschillen zijn hieronder schematisch weergegeven.

Deze accentverschillen leiden niet vanzelf tot een eenduidige conclusie over wanneer de VR en wanneer de JR moet worden ingezet. Elke cliënt is anders: per casus moet opnieuw een afweging worden gemaakt. Bij de uiterste gevallen is het relatief eenvoudig een keuze te maken. Aan de ene kant van het spectrum: een net 18-jarige verdachte met een forse ontwikkelingsachterstand, nog schoolgaand en thuiswonend in een gezin waar ook civielrechtelijk nog het een en ander aan de hand is met jongere broertjes en zusjes. In zo’n geval is de JR aangewezen. Aan de andere kant: een 22-jarige die zelfstandig woont, een baan heeft en waarbij een stevig verslavingsprobleem aan de orde is. In dat geval is toezicht door de VR (verslavingsreclassering) aangewezen. Binnen die uitersten van het spectrum zal per geval een afweging moeten worden gemaakt over de inzet van jeugd- of volwassenenreclassering.

JeugdreclasseringVolwassenreclasering
Missie: pedagogische interventie in het kader van een strafrechtelijke omgeving, bevorderen van participatieMissie: bijdragen aan een veilige samenleving door voorkomen criminaliteit en terugdringen recidive, re-integratie.
Het net van ouders/verzorgers/gezin rond de delinquent wordt via systematisch werken (en ouderbegeleiding) in de begeleiding betrokken. Pedagogische insteek, gericht op ontwikkeling en bescherming van de jeugdige.Meer individueel aansprekend op meer doorontwikkelde kenmerken van de jongvolwassene. Delictgedrag en het voorkomen daarvan staat centraal. Persoonsgericht, al wordt in toenemende mate ook het (gezins)systeem betrokken.
Het niveau van toezicht kent qua uitvoering een bepaalde mate van tolerantie en is minder vast gereglementeerd. Meer nadruk op ondersteuning van cliënt om afspraken ook na te komenWerkt met vaste niveaus van intensiteit van het toezicht. Wederzijdse verplichtingen en verwachtingen en consequenties van verzaking zijn voor alle partijen duidelijk. Nadruk op eigen verantwoordelijkheid van cliënt, maar (zeker bij adolescenten) ook op ondersteuning om die verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Toezicht is nadrukkelijk een combinatie van begeleiding en controle. Die controle is vaak met ondersteuning van elektronische middelen.
Outreachend werken (cliënt opzoeken in diens omgeving) komt voort uit systeemgerichte aanpak. Mate en frequentie vooral afhankelijk van de ontwikkelingsfase.Outreachend werken is een van de pijlers van de adolescentenmethodiek van de VR, en onafhankelijk van het risicoprofiel.
Meer expertise van de mogelijkheden van een civiele maatregel (bij minderjarigen), kennis van het voortgezet onderwijs, contacten met leerplicht en toegang tot en kennis (indicatiestelling en verwijzing) van passend jeugdzorgaanbod.Meer expertise op domein werk en inkomen. Bij jongvolwassenen nadruk op dagbesteding en participatie. Expertise van zorgaanbod op het volwassen domein.
Specifieke organisatie (William Schrikker Groep) voor jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB).Specifieke reclasseringsorganisatie (SVG) met kennis en expertise op het gebied van verslavingsproblematiek.
Specifieke reclasseringsorganisatie (LJ&R) met kennis en expertise op het gebied van dakloosheid en wonen. LVB-problematiek krijgt aandacht door inzet van specialisten, LVB-casuïstiek en -kenniskringen.
Daarnaast heeft de VR een samenwerkingsconvenant met de William Schrikker Groep en kan zij die altijd inschakelen om mee te denken en te doen.
Aandacht voor de impact op het slachtoffer. Dat kan resulteren in schriftelijk of face to face contact tussen dader en slachtoffer, waarbij het besef over de impact van het delict vergroot wordt.Gaat met herstelbemiddeling aan de slag bij ernstige delicten of in andere situaties als de dader dat zelf wil. Inmiddels zijn de eerste workshops 'Slachtofferbewust werken bij de reclassering' gehouden als een van de onderdelen van het slachtofferbeleid van de drie reclasseringsorganisaties.

Veelgestelde vragen over strafrechtelijke sancties en maatregelen

Welke strafrechtelijke sancties en maatregelen kunnen adolescenten opgelegd krijgen?

Dat hangt ervan af of zij volgens het jeugdstrafrecht of volgens het volwassenenstrafrecht veroordeeld worden. Bij veroordeling volgens het jeugdstrafrecht gelden de regels van dit strafrecht. Niet alleen bij het bepalen van een passende sanctie, ook bij de tenuitvoerlegging ervan.

Bij veroordeling volgens het volwassenenstrafrecht gelden de regels van dit strafrecht. Niet alleen bij het bepalen van een passende sanctie, ook bij de tenuitvoerlegging ervan.

Ja. De tenuitvoerlegging van een vervangende vrijheidsstraf volgt het toegepaste sanctiestelsel. Bij het volwassenenstrafrecht betekent dat plaatsing in een penitentiaire inrichting. Bij het jeugdstrafrecht betekent het plaatsing in een justitiële jeugdinrichting.

Nee. Het jeugdstrafrecht (en dus ook plaatsing in een justitiële jeugdinrichting) kan toegepast worden bij alle jongeren en jongvolwassenen die 12 tot 23 jaar oud waren op het moment dat zij het delict pleegden.

Ongeacht hoe oud zij waren toen ze werden vervolgd, veroordeeld en in een JJI geplaatst. Ook als zij tijdens die plaatsing 23 jaar of ouder worden en hun detentie er nog niet opzit, blijven ze gewoon in de JJI. 

Nee. De mogelijkheid tot omzetting van een PIJ-maatregel in TBS geldt alleen voor PIJ-maatregelen die zijn opgelegd in zaken waarin het delict is gepleegd op of na 1 april 2014.

Adolescentenstrafrecht: veelgestelde vragen