Gedrag beïnvloeden in de aanpak van geldezels
Wil je gedrag van jongeren gericht beïnvloeden? Op deze pagina lees je wat werkt in communicatie, waar je op moet letten en waarom alleen waarschuwen voor gevaren vaak niet genoeg is.
Samenvatting
- Waarom alleen bewustwording vaak niet genoeg is.
- Hoe je je doelgroep concreet maakt.
- Waarom de plek en het moment van je boodschap belangrijk zijn.
- Hoe je jongeren helpt om ander gedrag te kiezen.
- Waarom testen nodig is voordat je een boodschap inzet.
“Effectieve gedragsbeïnvloeding begint met een helder begrip van de doelgroep.”
Alleen waarschuwen is vaak niet genoeg
Veel aanpakken beginnen met voorlichting. Dat is begrijpelijk, maar vaak niet genoeg. Jongeren kunnen best weten dat iets strafbaar of riskant is, en het toch doen. Daarom is het beter om niet alleen te kijken naar wat jongeren weten, maar vooral naar wat zij doen. Mick Claessens, gedragsdeskundige bij het CCV zegt: “Bewustwording is geen noodzakelijke voorwaarde voor gedragsverandering. Je kunt beter uitgaan van het gedrag dat je wilt voorkomen.”
Wil je gedrag beïnvloeden? Kijk dan eerst goed naar de praktijk. Hoe worden jongeren benaderd? Via wie? Op welk moment? En wat maakt dat iemand ingaat op zo’n verzoek? Claessens: “Als je dat scherp hebt, kun je ook gerichter kiezen waar je op ingrijpt. Je onderzoekt dus eerst het gedrag om daarna één specifieke gedraging te kiezen als uitgangspunt voor je interventie.”
Wat levert dit op?
Je gaat niet voor een algemene boodschap, maar voor een aanpak die gericht is op gedrag dat je écht wilt voorkomen.
Maak je doelgroep zo concreet mogelijk
‘Jongeren’ is als doelgroep vaak te breed. De ene jongere is de andere niet. Leeftijd, sociale omgeving, school, woonplaats en opleidingsniveau kunnen verschil maken in hoe iemand wordt benaderd en wat iemand nodig heeft. Claessens zegt hierover: “Effectieve gedragsbeïnvloeding begint met een helder begrip van de doelgroep. Een te brede interventie spreekt uiteindelijk niemand echt aan.”
Kies daarom zo concreet mogelijk wie je wilt bereiken, op basis van concrete kenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau en leefsituatie, bijvoorbeeld jongens van 12–13 jaar in het eerste leerjaar van vmbo-basis/kader. Hoe scherper je doelgroep, hoe beter je boodschap aansluit op hun situatie en gedrag.
Vragen die helpen
- Wie wil je precies bereiken?
- Wat speelt er in hun dagelijks leven?
- Via wie of wat worden zij beïnvloed?
- Welke keuze wil je dat zij anders maken?
Wees zichtbaar op de plek waar het gebeurt
Uit de psychologie is bekend dat je gedrag het best beïnvloedt op de plek en het moment waar het ontstaat. Weet je bijvoorbeeld dat jongeren vooral via social media worden geronseld? Zorg dan dat je ook daar zichtbaar bent met voorbeelden die jongeren herkennen en taal die bij hen past. Laat bijvoorbeeld op Instagram en Snapchat zien hoe je kunt reageren op ronselverzoeken naar geldezels.
In de praktijk kun je denken aan:
- Voorbeelden van echte of herkenbare ronselberichten.
- Korte boodschappen op platforms die jongeren gebruiken.
- Voorbeelden van hoe je kunt reageren of weigeren.
- Informatie op het moment dat jongeren ermee te maken kunnen krijgen.
Bied houvast, maak niet bang
Een harde of dreigende boodschap lijkt soms effectief, maar werkt vaak juist averechts. “Angstcampagnes die schokkende beelden tonen, leiden vaak tot weerstand. Daarmee schiet je je doel voorbij, want mensen gaan dan je boodschap vermijden. Maar ook laten dit soort campagnes onbedoeld zien dat het ongewenste gedrag veel voorkomt, waardoor het normaler gaat lijken. Dat wil je nou juist voorkomen”, licht Claessens toe.
Kies daarom liever voor communicatie die jongeren helpt om goed te handelen. Laat zien wat ze wél kunnen doen. Geef woorden, voorbeelden en vertrouwen. Bied dus handelingsperspectief: je helpt jongeren daarmee het gewenste gedrag te laten zien in plaats van alleen te waarschuwen voor het verkeerde gedrag.
Laat bijvoorbeeld zien
- Hoe je nee zegt als iemand om je bankrekening vraagt.
- Wat je kunt doen als je twijfelt.
- Bij wie je terechtkunt voor hulp.
- Wat je kunt doen als je al ja hebt gezegd.
Kies bewust of een campagne wel het juiste middel is
Een campagne is niet altijd de beste stap. Het is een veelvoorkomende misvatting dat communicatie altijd een neutraal of positief effect heeft. Sommige boodschappen kunnen juist verkeerd uitpakken, bijvoorbeeld doordat ze ongewenst gedrag zichtbaar maken en zo onbedoeld normaliseren. Daarom is het belangrijk om eerst goed te bepalen of communicatie op dit moment het juiste middel is.
Soms is een campagne nuttig. Soms zijn samenwerking, signalering, begeleiding of een gesprek op school belangrijker. Kijk dus eerst naar je doel, je doelgroep en het gedrag dat je wilt beïnvloeden. Pas daarna kies je het middel dat daarbij past.
Test altijd eerst je boodschap
Wat goed bedoeld is, werkt niet automatisch goed. Daarom is testen belangrijk. Claessens adviseert: “Blijf alert en kritisch en toets of een boodschap wel het gewenste effect heeft. Test daarom je boodschap bij jongeren zelf of bij professionals die dicht op de doelgroep zitten. Zo voorkom je dat je boodschap langs jongeren heen gaat of onbedoeld verkeerd uitpakt.”
Check vooraf
- Begrijpen jongeren de boodschap?
- Sluit die aan op hun leefwereld?
- Is duidelijk wat iemand kan doen?
- Voorkom je dat ongewenst gedrag normaal lijkt?
Kort samengevat
- Richt je op concreet gedrag.
- Kies een duidelijke doelgroep.
- Sluit aan op plek en moment.
- Laat gewenst gedrag zien.
- Test boodschappen vooraf.
Zelf aan de slag?
Wil je communicatie of een interventie ontwikkelen rond geldezels? Begin dan niet met de boodschap, maar met het gedrag dat je wilt beïnvloeden. Kijk goed naar je doelgroep, sluit aan op de leefwereld en test wat je maakt onder jongeren voordat je het inzet.
Heb je vragen of wil je meer weten? Neem contact met me op.
Mick Claessens
Adviseur Gedragsbeïnvloeding