Word je bewust van mogelijke signalen
Stap 1Zorg dat professionals weten welke veranderingen op een risico kunnen wijzen.
Vroegsignalering betekent dat professionals problemen bij jongeren op tijd herkennen en opvolgen. Zo kun je passende hulp bieden en voorkomen dat een jongere verder afglijdt naar criminaliteit.
Deze toolbox helpt gemeenten, jongerenwerkers, scholen, politie, jeugdboa’s en zorgprofessionals om samen een duidelijke signaleringsroute te maken.
Je vindt hier hulpmiddelen voor vier taken:
Direct aan de slag? Download dan de handreiking Zó krijg je samen zicht op jongeren.
Bij vroegsignalering herken je een dreigend probleem voordat het groter wordt. Het kan gaan om veranderingen in gedrag, school, werk, vrienden, geld, leefstijl of online activiteiten.
Eén signaal bewijst niet dat een jongere crimineel gedrag laat zien. Bespreek signalen daarom zorgvuldig en kijk altijd naar de hele situatie.
De toolbox is vooral bedoeld voor professionals die werken met jongeren en veiligheid, zoals:
De procesregisseur OOV kan de lokale samenwerking organiseren en bewaken. De precieze rolverdeling kan per gemeente verschillen.
Wil je een signaleringsroute maken of de lokale samenwerking verbeteren? Neem contact op met:
Nicole Langeveld
Adviseur jeugdcriminaliteit, Veiligheid en zorg
jeugd@hetccv.nl
Een goede aanpak heeft vijf bouwstenen.
Zorg dat betrokken professionals elkaar kennen. Bespreek wie welke kennis, taak en bevoegdheid heeft.
Vertrouwen is belangrijk. Professionals delen signalen sneller wanneer zij weten wat er met die informatie gebeurt.
Spreek af:
Leg deze afspraken vast in een handelingskader of signaleringsroute.
Zorg dat professionals weten:
Praat niet alleen óver jongeren, maar ook mét jongeren. Vraag wat er speelt en wat zij nodig hebben.
Werk ook samen met ouders, school, sportverenigingen en andere personen die belangrijk zijn in het leven van de jongere. Persoonlijk en langdurig contact helpt om veranderingen eerder te herkennen.
Controleer regelmatig of de signaleringsroute werkt.
Bespreek bijvoorbeeld:
Reserveer hiervoor tijd en wijs iemand aan die de voortgang bewaakt.
Zorg dat professionals weten welke veranderingen op een risico kunnen wijzen.
Beschrijf wat je werkelijk ziet of hoort. Maak verschil tussen een feit, een mening en een gevoel.
Bespreek je zorg met een collega of partner. Praat waar mogelijk ook met de jongere en de ouders of verzorgers.
Is er een serieuze zorg? Meld deze dan via de afgesproken route. Deel niet meer gegevens dan nodig.
Bekijk samen:
Bepaal welke hulp of actie past. Dit kan ondersteuning, zorg, toezicht of een veiligheidsmaatregel zijn.
Laat de melder weten dat het signaal is ontvangen en opgepakt. Deel alleen informatie die gedeeld mag worden.
Deze route sluit aan op het procesmodel uit de handreiking.
Risicosignalen kunnen op verschillende manieren zichtbaar zijn.
Denk aan plotselinge boosheid, geheimzinnig gedrag, agressie of veel liegen.
Denk aan vaak afwezig zijn, slechte resultaten, stoppen met school of plotseling veel geld hebben zonder duidelijke reden.
Denk aan een nieuwe vriendengroep, spanningen thuis, weinig toezicht of familieleden die betrokken zijn bij criminaliteit.
Denk aan dure kleding of spullen, schulden, onbekende inkomsten of vaak laat van huis zijn.
Denk aan zorgwekkende berichten, bedreigingen, fraude, illegale handel of contact met personen die jongeren onder druk zetten.
Denk aan wapens, drugs, geweld, diefstal of opdrachten uitvoeren voor anderen.
Let op: één signaal is meestal niet genoeg voor een conclusie. Kijk naar de combinatie, duur en ernst van signalen
Organisaties moeten zich houden aan de privacyregels. Welke gegevens een organisatie mag delen, hangt af van haar wettelijke taak, bevoegdheid en het doel van de samenwerking.
Maak daarom vooraf afspraken over:
De AVG is niet de enige relevante wet. Ook onder meer de Gemeentewet, Jeugdwet, Leerplichtwet, Wmo en Wet politiegegevens kunnen een rol spelen. Laat de afspraken controleren door een privacyadviseur of jurist.
Bekijk de uitleg over signalering en wetgeving.
Gebruik de handreiking Zó krijg je samen zicht op jongeren. Deze bevat de vijf bouwstenen, de signaleringsroute en voorbeelden van risicosignalen.
Gebruik de Matrix vroegsignalering. De matrix geeft inzicht in rollen, taken en verantwoordelijkheden van betrokken partners. De matrix is vooral gemaakt voor gemeenteambtenaren met een regierol.
Gebruik de Routekaart Samenwerken bij online jeugdcriminaliteit. Deze helpt bij het duiden van een bericht, het verzamelen van context, het betrekken van partners en het kiezen van een actie.
Gebruik de kenniskaart Houd jongeren uit de georganiseerde criminaliteit. Deze behandelt rekrutering, risico- en beschermende factoren en het kiezen van passende interventies.
Een signaal herkennen is pas het begin. Kies daarna een aanpak die past bij de jongere en de omgeving.
Kijk bijvoorbeeld naar:
Kijk niet alleen naar risico’s. Versterk ook wat goed gaat, zoals een goede band met een ouder, school, werk, talenten of een betrouwbare volwassene.
Controleer of deze punten zijn geregeld:
Bekijk ook de animatie over ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen.