Direct naar content
17 september 2026Jeugdcriminaliteit, Jeugdgroepen, Online criminaliteit

Cybercriminele jeugdgroepen blijven vaak buiten beeld

Gemeenten hebben cybercriminele jeugdgroepen nauwelijks in beeld, terwijl zulke groepen in politieregistraties wel naar voren komen. Dat blijkt uit onderzoek van De Haagse Hogeschool, het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving en het RIEC Noord-Nederland. Zij onderzochten cybercriminele jeugdgroepen in Groningen, Friesland en Drenthe. De onderzoekers pleiten onder meer voor betere signalering, meer kennis bij professionals en beter gebruik van bestaande samenwerkingsstructuren.

Een jongen en meisje achter de computer.

Gemeenten zien vooral wat op straat gebeurt

Voor het onderzoek werden 40 gemeenten benaderd. Van de 25 gemeenten die reageerden, hadden tien gemeenten één of meer jeugdgroepen in beeld. Het ging daarbij uitsluitend om groepen die betrokken waren bij traditionele vormen van overlast of criminaliteit. Geen van de gemeenten had een cybercriminele jeugdgroep concreet in beeld.

Volgens de onderzoekers komt dit onder meer doordat gemeenten sterk afhankelijk zijn van signalen uit de wijk en informatie over wat zich in de openbare ruimte afspeelt. Cybercriminele activiteiten vinden vaak buiten die fysieke openbare ruimte plaats. Ook ontbreekt volgens het onderzoek soms de kennis om cyberdaders tijdig te herkennen.

In politieregistraties vonden de onderzoekers wél cybercriminele jeugdgroepen. Op basis van registraties uit de periode september 2022 tot en met september 2023 identificeerden zij 109 unieke verdachten en 26 groepen. Daarbij ging het vooral om bankhelpdeskfraude, fraude met bankgegevens en internetbankieren, aan- en verkoopfraude en vriend-in-noodfraude.

Online én lokaal criminaliteit

Het onderzoek laat zien dat cybercriminele jeugdgroepen verschillende vormen kunnen aannemen. Sommige groepen houden zich voor zover bekend alleen bezig met cybercrime. Andere combineren cybercrime met traditionele criminaliteit, zoals gewelds- of drugsdelicten.

Tegelijk zijn veel groepen lokaal geworteld. Groepsleden kennen elkaar bijvoorbeeld uit dezelfde wijk, van school of via familie en vrienden. Telegram, Snapchat en WhatsApp spelen een belangrijke rol bij communicatie, samenwerking en rekrutering. Er zijn ook groepen waarvan de leden verspreid over verschillende regio’s wonen.

Kijk binnen de bestaande aanpak ook online

“Dit onderzoek laat zien dat online jeugdcriminaliteit niet losstaat van de bestaande aanpak van jeugdgroepen,” zegt CCV-adviseur (online) jeugdcriminaliteit Nicole Langeveld. “Veel van deze groepen zijn lokaal geworteld en online en offline criminaliteit kunnen door elkaar lopen. Voor gemeenten en partners is het daarom belangrijk om binnen de jeugdgroepenaanpak niet alleen te kijken naar wat er op straat gebeurt, maar ook naar online signalen en informatie van partners. Het 7-stappenmodel biedt daarvoor een bestaande structuur. De opgave zit dus niet alleen in nieuwe instrumenten, maar ook in het verbreden van de blik binnen de aanpak die er al is.”

Dit sluit aan bij de conclusie uit het onderzoek dat informatie over cybercriminele jeugdgroepen bij verschillende partners aanwezig kan zijn, maar niet vanzelf terechtkomt bij de lokale veiligheidscoalitie en bestaande jeugdgroepenstructuren.

Informatie over cybercriminele jeugd beter bij elkaar brengen

Gemeenten hebben cybercriminele jeugdgroepen vaak niet in beeld, terwijl bijvoorbeeld politie, Openbaar Ministerie, banken en telecomproviders wel over informatie kunnen beschikken. De onderzoekers adviseren daarom onder meer om professionals beter te trainen in het herkennen van cybercrime en meer aandacht te besteden aan online signalering. Ook bevelen zij aan bestaande samenwerkingsstructuren beter te benutten.

Wat kun je als gemeente doen in de aanpak van jeugdgroepen?

Voor gemeenten geeft het onderzoek aanleiding om binnen de bestaande aanpak van jeugdgroepen ook expliciet naar online criminaliteit te kijken. Denk daarbij aan vragen als:

  • Welke online signalen zijn er rond een jeugdgroep?
  • Welke partners beschikken over informatie die de gemeente zelf niet heeft?
  • Hoe hangen online en offline activiteiten binnen de groep met elkaar samen?
  • Kan beschikbare informatie worden meegenomen in de gezamenlijke analyse?
  • Welke kennis hebben betrokken professionals nodig om cybercrime beter te herkennen?

Daarbij is het belangrijk om niet verder te gaan dan wat op dit moment bekend is. De effectiviteit van bestaande interventies voor cybercriminele jeugdgroepen is nog onvoldoende onderzocht.

Nog veel te leren

Het onderzoek kent ook beperkingen. Het richt zich alleen op Noord-Nederland en vrijwel alle onderzochte groepen hielden zich bezig met financiële cybercrime. Over jeugdgroepen die zich richten op technisch geavanceerde cybercrime is nog weinig bekend. Ook is nog onvoldoende onderzocht hoe effectief bestaande interventies en aanpakken zijn.

De resultaten geven daarmee vooral meer inzicht in cybercriminele jeugdgroepen en in mogelijkheden om deze groepen beter te signaleren en mee te nemen in bestaande lokale aanpakken.

Bron: Cybercriminele jeugdgroepen. Een onderzoek naar het ontstaan, de groei en de aanpak van criminele jeugdgroepen in een gedigitaliseerde samenleving*, Joeri Loggen, Sander Veenstra en Rutger Leukfeldt, Politiekunde 134 (2026), Politie & Wetenschap.

Ook dit zijn interessante onderzoeken:

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan