Meer overlast van rondhangende jongeren
Meer Nederlanders ervaren overlast van rondhangende jongeren in hun buurt. In 2025 ging het om 26 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder.
Nieuws
Vroeg beginnen, bewezen kennis gebruiken en kritisch kijken naar bestaande interventies. Dat zijn belangrijke uitgangspunten voor effectieve preventie van jeugdcriminaliteit.
Toch worden wetenschappelijke inzichten in de praktijk nog onvoldoende toegepast. Dat stellen onderzoekers Geert Jan Stams en Jan Hendriks in hun artikel ‘Preventie met beleid: het voorkomen van jeugdcriminaliteit in Nederland’. Wat betekenen hun bevindingen voor gemeenten en andere professionals?
Volgens de onderzoekers heeft preventie de grootste kans van slagen wanneer kinderen nog jong zijn. Vooral programma’s die zich richten op opvoeding, cognitieve ontwikkeling en het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen onder de 6 jaar laten positieve resultaten zien. Uit een aangehaalde meta-analyse blijkt dat deze programma’s samenhangen met een gemiddelde afname van 19% in delinquent gedrag. De effecten kunnen doorwerken tot in de volwassenheid.
Ook bij kinderen van 6 tot 12 jaar zijn positieve effecten gevonden, bijvoorbeeld bij oudertrainingen en programma’s die gedragsproblemen op school helpen voorkomen.
Bij jongeren tussen 12 en 15 jaar worden de effecten kleiner. Vanaf ongeveer 15 jaar vindt de aangehaalde meta-analyse geen aantoonbaar effect meer op het voorkomen van een eerste delict.
Dat betekent niet dat hulp aan oudere jongeren geen zin heeft. Voor jongeren die al delicten hebben gepleegd, kunnen gerichte interventies ook op latere leeftijd helpen om herhaling te voorkomen.
De onderzoekers noemen verschillende uitgangspunten voor effectieve preventie:
Deze uitgangspunten komen samen in het wetenschappelijk onderbouwde Risk-Need-Responsivity-model (RNR-model). Dit model vormt ook de basis voor het Landelijk Kwaliteitskader voor effectieve jeugdinterventies.
Niet iedere goedbedoelde aanpak helpt om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Sommige interventies kunnen zelfs averechts werken.
De onderzoekers waarschuwen onder meer voor:
Ook samenwerking tussen organisaties is op zichzelf geen interventie. Bij een persoonsgerichte aanpak zijn volgens de onderzoekers daarnaast een goede risico-inschatting, passende behandeling en aandacht voor de kwaliteit van uitvoering nodig.
Het onderzoek biedt gemeenten aanknopingspunten om hun preventiebeleid kritisch te bekijken.
Drie belangrijke aandachtspunten:
Het Landelijk Kwaliteitskader kan gemeenten helpen bij het beoordelen van bestaande en nieuwe interventies. De onderzoekers benadrukken dat wetenschappelijke kennis niet alleen richting moet geven aan de keuze voor een interventie, maar ook aan de uitvoering en evaluatie ervan.
De centrale boodschap van Stams en Hendriks is duidelijk: er is al veel bekend over effectieve preventie van jeugdcriminaliteit, maar die kennis wordt nog onvoldoende benut.
Voor gemeenten ligt de uitdaging daarom niet alleen in het ontwikkelen van nieuwe projecten. Het gaat vooral om het kiezen, goed uitvoeren en blijven onderzoeken van interventies die daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen van jeugdcriminaliteit.
Lees het volledige artikel: Preventie met beleid: het voorkomen van jeugdcriminaliteit in Nederland, Geert Jan Stams en Jan Hendriks, Justitiële verkenningen, jaargang 52, nummer 3 (2026).
Nieuws
Nieuws
Nieuws