Direct naar content
19 oktober 2026Niet gecategoriseerd

Jeugdcriminaliteit voorkomen: wat werkt volgens onderzoek?

Vroeg beginnen, bewezen kennis gebruiken en kritisch kijken naar bestaande interventies. Dat zijn belangrijke uitgangspunten voor effectieve preventie van jeugdcriminaliteit.

twee volwassenen in gesprek met jongeren

Toch worden wetenschappelijke inzichten in de praktijk nog onvoldoende toegepast. Dat stellen onderzoekers Geert Jan Stams en Jan Hendriks in hun artikel ‘Preventie met beleid: het voorkomen van jeugdcriminaliteit in Nederland’. Wat betekenen hun bevindingen voor gemeenten en andere professionals?

Vroeg beginnen levert de meeste winst op

Volgens de onderzoekers heeft preventie de grootste kans van slagen wanneer kinderen nog jong zijn. Vooral programma’s die zich richten op opvoeding, cognitieve ontwikkeling en het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen onder de 6 jaar laten positieve resultaten zien. Uit een aangehaalde meta-analyse blijkt dat deze programma’s samenhangen met een gemiddelde afname van 19% in delinquent gedrag. De effecten kunnen doorwerken tot in de volwassenheid.

Ook bij kinderen van 6 tot 12 jaar zijn positieve effecten gevonden, bijvoorbeeld bij oudertrainingen en programma’s die gedragsproblemen op school helpen voorkomen.

Bij jongeren tussen 12 en 15 jaar worden de effecten kleiner. Vanaf ongeveer 15 jaar vindt de aangehaalde meta-analyse geen aantoonbaar effect meer op het voorkomen van een eerste delict.

Dat betekent niet dat hulp aan oudere jongeren geen zin heeft. Voor jongeren die al delicten hebben gepleegd, kunnen gerichte interventies ook op latere leeftijd helpen om herhaling te voorkomen.

Wat werkt bij het voorkomen van jeugdcriminaliteit?

De onderzoekers noemen verschillende uitgangspunten voor effectieve preventie:

  • Stem de aanpak af op het risico. Jongeren met een laag risico hebben geen intensieve interventie nodig. Bij hoge risico’s is juist een intensievere aanpak nodig.
  • Pak meerdere risicofactoren aan. Jeugdcriminaliteit ontstaat vaak door een combinatie van problemen, bijvoorbeeld thuis, op school of in de omgang met vrienden.
  • Sluit aan bij de jongere. Houd rekening met onder andere leeftijd, motivatie, intelligentie en persoonlijke omstandigheden.
  • Investeer in beschermende factoren. Denk aan een veilige thuissituatie, goed onderwijs en gestructureerde vrijetijdsbesteding.
  • Zorg voor deskundige uitvoering. Interventies hebben meer kans van slagen als goed opgeleide professionals werken volgens de voorgeschreven methode.

Deze uitgangspunten komen samen in het wetenschappelijk onderbouwde Risk-Need-Responsivity-model (RNR-model). Dit model vormt ook de basis voor het Landelijk Kwaliteitskader voor effectieve jeugdinterventies.

Welke aanpakken werken niet of onvoldoende?

Niet iedere goedbedoelde aanpak helpt om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Sommige interventies kunnen zelfs averechts werken.

De onderzoekers waarschuwen onder meer voor:

  • Afschrikking: jongeren confronteren met de gevolgen van criminaliteit heeft doorgaans geen positief effect en kan probleemgedrag versterken.
  • Algemene voorlichting: lessen die vooral gericht zijn op bewustwording leiden niet automatisch tot ander gedrag.
  • Groepsactiviteiten zonder goede begeleiding: jongeren met gedragsproblemen kunnen elkaar negatief beïnvloeden.
  • Alleen toezicht en begeleiding: bij jongeren die al delicten hebben gepleegd, is dit zonder passende behandeling onvoldoende om herhaling te voorkomen.

Ook samenwerking tussen organisaties is op zichzelf geen interventie. Bij een persoonsgerichte aanpak zijn volgens de onderzoekers daarnaast een goede risico-inschatting, passende behandeling en aandacht voor de kwaliteit van uitvoering nodig.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Het onderzoek biedt gemeenten aanknopingspunten om hun preventiebeleid kritisch te bekijken.

Drie belangrijke aandachtspunten:

  1. Kijk kritisch naar bestaande projecten. Zijn de interventies wetenschappelijk onderbouwd? Is onderzocht of ze daadwerkelijk jeugdcriminaliteit verminderen?
  2. Investeer in vroege preventie. Kijk bij het verdelen van middelen ook naar programma’s voor jonge kinderen, vooral kinderen met een verhoogd risico op gedragsproblemen.
  3. Kies voor kwaliteit boven kwantiteit. De onderzoekers pleiten voor een beperkt aantal goed onderbouwde interventies, die zorgvuldig worden uitgevoerd en geëvalueerd.

Het Landelijk Kwaliteitskader kan gemeenten helpen bij het beoordelen van bestaande en nieuwe interventies. De onderzoekers benadrukken dat wetenschappelijke kennis niet alleen richting moet geven aan de keuze voor een interventie, maar ook aan de uitvoering en evaluatie ervan.

Van kennis naar praktijk

De centrale boodschap van Stams en Hendriks is duidelijk: er is al veel bekend over effectieve preventie van jeugdcriminaliteit, maar die kennis wordt nog onvoldoende benut.

Voor gemeenten ligt de uitdaging daarom niet alleen in het ontwikkelen van nieuwe projecten. Het gaat vooral om het kiezen, goed uitvoeren en blijven onderzoeken van interventies die daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen van jeugdcriminaliteit.

Lees het volledige artikel: Preventie met beleid: het voorkomen van jeugdcriminaliteit in Nederland, Geert Jan Stams en Jan Hendriks, Justitiële verkenningen, jaargang 52, nummer 3 (2026).

Meer weten over interventies?

Wil je weten welke interventies je kunt inzetten om jeugdcriminaliteit te voorkomen en aan te pakken? Bekijk dan het overzicht met interventies bij jeugdcriminaliteit.

Lees ook deze artikelen:

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan