Jeugdoverlast door een grote, mobiele groep: wat helpt?
Grote groepen jongeren die zich snel verplaatsen. Bewoners die zich onveilig voelen. Maatregelen die tijdelijk helpen, maar geen blijvende oplossing bieden. Wat doe je als je als gemeente vastloopt in de aanpak van jeugdoverlast?
Een gemeente met zo’n vraagstuk klopte aan bij het het jeugdteam van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV). De gemeente wilde weten hoe andere gemeenten omgaan met vergelijkbare situaties. Wat werkt wel? Wat werkt niet? En hoe krijg je weer grip op een groep die steeds van plek en samenstelling verandert?
Het CCV organiseerde daarom een kleinschalige online meedenksessie. Vier gemeenten gingen met elkaar in gesprek over een actuele casus. De deelnemers blijven anoniem, maar de lessen uit het gesprek zijn breder bruikbaar voor gemeenten en partners die te maken hebben met jeugdoverlast. De opbrengst: twintig praktische inzichten om jeugdoverlast te verminderen.
Een groep die steeds verandert
De casus ging over grote groepen jongeren die op verschillende plekken in de gemeente overlast veroorzaken. Soms gaat het om ongeveer twintig jongeren, soms om wel 60. De groep verandert steeds van samenstelling. Jongeren sluiten aan, vertrekken weer of komen uit omliggende gemeenten. Dat maakt de aanpak lastig. Wie hoort echt bij de groep? Wie veroorzaakt de meeste overlast? En wie staat er vooral bij?
De jongeren verplaatsen zich snel, onder meer met fatbikes. Ook de inrichting van de wijk helpt niet mee. Er zijn veel routes en plekken waar jongeren snel kunnen verdwijnen. Daardoor is het moeilijk om zicht te krijgen op personen, patronen en groepsdynamiek.
De overlast bestaat uit geluid, groepsvorming, intimidatie, vernielingen en gevaarlijk rijgedrag. Ook worden spullen naar voorbijgangers gegooid. Daarnaast zijn er zorgen over minder zichtbare vormen van overlast, zoals drugsdealen.
De grootste zorg van de gemeente is escalatie. Bewoners raken gefrustreerd. Sommige bewoners spreken jongeren zelf aan. De gemeente wil voorkomen dat spanningen tussen bewoners en jongeren uitlopen op fysieke confrontaties.
De kern van de casus
Een gemeente kreeg te maken met een grote groep jongeren die steeds van plek en samenstelling veranderde. Soms ging het om twintig jongeren, soms om 60. Een deel kwam uit omliggende gemeenten. Door fatbikes en de inrichting van de wijk konden jongeren zich snel verplaatsen. Daardoor was het lastig om zicht te krijgen op de groep, de kern van de overlast en de juiste aanpak.
Maatregelen helpen, maar niet genoeg
De gemeente had al verschillende stappen gezet. Er was een aanwijzingsbesluit voor flexibel cameratoezicht opgesteld. Ook waren waarschuwingsbrieven verstuurd. Die brieven hadden tijdelijk effect, maar de overlast kwam terug.
Zwaardere maatregelen, zoals gebiedsverboden of samenscholingsverboden, kwamen ook in beeld. Toch zijn die niet eenvoudig in te zetten. Daarvoor moet duidelijk zijn wie herhaaldelijk overlast veroorzaakt. Juist dat is lastig bij een wisselende groep. Ook vraagt dit om voldoende capaciteit om te kunnen handhaven. Zonder voldoende toezicht is een verbod vaak moeilijk vol te houden. Dan verplaatst de overlast zich vooral naar een andere plek.
De gemeente heeft een bestaand jeugdoverleg. Daarin bespreken partners trends, meldingen en locaties. De samenwerking tussen gemeente, politie, boa’s en jongerenwerk is goed. Tegelijkertijd zijn er knelpunten, zoals een beperkte capaciteit bij onder andere de politie. En ook is niet altijd duidelijk welke informatie mag worden gedeeld en hoe je jongeren systematisch in beeld brengt.
Scherper kijken
Een belangrijke les uit de meedenksessie was deze: probeer in de analyse de grote groep kleiner te maken.
Bij jeugdoverlast gaat veel aandacht vaak naar de zichtbare groep. Dat zijn de jongeren die op straat staan, lawaai maken of blijven hangen op een bekende plek. Maar niet iedereen in die groep veroorzaakt dezelfde overlast. De vraag is daarom: wie vormen de kern? Wie trekken anderen mee? Wie zijn vooral meelopers? En welke jongeren hebben hulp of zorg nodig?
Door scherper te kijken, kan de aanpak gerichter worden. Dat vraagt om een goede informatiepositie. Gemeente, politie, handhaving en jongerenwerk moeten signalen bij elkaar brengen. Niet alleen per incident, maar ook over langere tijd. Waar gebeurt wat? Wie komt steeds terug? Welke jongeren vallen op? En welke patronen zijn zichtbaar? Een groepsanalyse met convenantpartners binnen het 7 stappenmodel helpt om die informatie te ordenen. Zo ontstaat meer zicht op rollen binnen de groep en op de aanpak die daarbij past.
Een vast operationeel overleg
De deelnemers benadrukten het belang van een vast operationeel overleg. Niet te groot, maar wel praktisch. Gemeente, politie, boa’s en jongerenwerk kunnen wekelijks hotspots, signalen en acties bespreken. Als het nodig is, kan ook het Openbaar Ministerie aansluiten.
Zo’n overleg werkt alleen als het concreet is. Dus niet alleen praten over zorgen, maar ook afspraken maken. Wie gaat wanneer naar welke locatie? Wie spreekt welke jongere aan? Welke oudergesprekken zijn nodig? Welke signalen moeten worden vastgelegd? En wanneer wordt opgeschaald?
Bij beperkte capaciteit is kiezen noodzakelijk. Een brede aanpak op veel plekken tegelijk lijkt aantrekkelijk, maar werkt vaak minder goed. Het is beter om duidelijke keuzes te maken: focus op de plekken en personen waar de risico’s het grootst zijn.
Kijk ook over de gemeentegrens
In de casus kwamen jongeren deels uit andere gemeenten. Dat vraagt om samenwerking met omliggende gemeenten. Anders blijft de aanpak te lokaal, terwijl de groep regionaal beweegt. Het helpt om samen met andere gemeenten te bespreken welke jongeren bekend zijn, welke plekken een rol spelen en welke maatregelen al zijn geprobeerd. Zo voorkom je dat elke gemeente apart zoekt naar hetzelfde antwoord. Het modelconvenant jeugdgroepaanpak biedt hiervoor mogelijkheden.
Regionale samenwerking kan ook helpen bij opschaling. Als de situatie ernstig is, is het soms mogelijk om extra capaciteit vrij te maken. Maar dan moet vooraf duidelijk zijn wanneer een situatie ernstig genoeg is om op te schalen en wie daarover besluit.
Belangrijkste les
Kijk niet alleen naar de groep die zichtbaar op straat staat. Breng in beeld wie de meeste overlast veroorzaakt, wie meelopen en welke jongeren hulp nodig hebben. Door de grote groep kleiner te maken in je analyse, kun je gerichter kiezen wat nodig is: aanspreken, ondersteunen, handhaven of opschalen.
Combineer grenzen stellen met perspectief bieden
Alleen repressie is meestal niet genoeg. Alleen preventie ook niet. De kracht zit in de combinatie.
Waarschuwingsbrieven, oudergesprekken en huisbezoeken kunnen helpen om jongeren en ouders duidelijk te maken waar de grens ligt. Bij herhaalde of zware overlast kunnen zwaardere maatregelen nodig zijn, zoals een gebiedsverbod, verwijderingsbevel of een last onder dwangsom. Ook de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstig overlast (MBVEO)kan in sommige gevallen worden bekeken.
Maar maatregelen werken beter als ze onderdeel zijn van een bredere aanpak. Sommige jongeren hebben vooral grenzen nodig. Andere jongeren hebben ondersteuning nodig. Bijvoorbeeld vanuit jongerenwerk, school, zorg of het Zorg- en Veiligheidshuis. Voor jongeren die steeds terugkomen of zwaardere problemen hebben, kan een persoonsgerichte aanpak nodig zijn. Dan is het belangrijk om helder te hebben wanneer de situatie rond een jongere wordt opgeschaald en welke partner dit oppakt.
Vergeet bewoners niet
De spanning in de wijk is een belangrijk onderdeel in de aanpak. Bewoners ervaren overlast vaak al langere tijd en zij willen weten wat de gemeente doet. Ook willen ze serieus worden genomen. Dan helpt duidelijke communicatie. Leg uit welke stappen worden gezet, maar ook waarom sommige oplossingen tijd kosten. Wees eerlijk over wat wel en niet kan. Daarmee voorkom je dat verwachtingen te hoog worden.
Zichtbare aanwezigheid in de wijk is ook een belangrijk punt. Ga in gesprek met bewoners, bel terug na meldingen en werk samen met wijkcommissies. Laat zien dat de overlastsituatie aandacht heeft. Want het is belangrijk om te voorkomen dat bewoners en jongeren verder tegenover elkaar komen te staan. Jongerenwerk kan hierin een rol spelen, bijvoorbeeld door ontmoetingen of gezamenlijke activiteiten te organiseren.
Wat helpt in de aanpak
Zet in op een vaste werkwijze:
- Verzamel signalen over langere tijd.
- Bespreek wekelijks hotspots, jongeren en acties.
- Maak scherpe keuzes bij beperkte capaciteit.
- Combineer grenzen stellen met hulp bieden.
- Leg bewoners uit wat er gebeurt en waarom sommige oplossingen tijd kosten.
Denk na over plekken voor jongeren
Een terugkerend punt in de sessie was de vraag: waar kunnen jongeren eigenlijk naartoe? In sommige wijken zijn weinig geschikte plekken. Bijna elke locatie ligt dicht bij woningen. Daardoor ontstaat snel overlast, ook als jongeren niet bewust problemen willen veroorzaken.
Betrek daarom jongeren en bewoners bij het zoeken naar oplossingen. Laat jongeren meedenken over een plek waar zij kunnen samenkomen. Wat hebben zij nodig? Verlichting? Bankjes? Een plek uit de wind? En wat hebben bewoners nodig om minder overlast te ervaren? Dat lost natuurlijk niet alles op. Maar het kan wel helpen om spanning te verminderen en het gesprek te verplaatsen van overlast naar oplossingen.
Wat levert een meedenksessie op?
De meedenksessie gaf geen kant-en-klaar antwoord. Daarvoor is jeugdoverlast te complex. Wel leverde het gesprek duidelijke aanknopingspunten op voor de gemeente die de casus inbracht. Zij had veel waardering voor deze opzet: “Het is bijzonder om te zien hoeveel collega’s vanuit verschillende gemeenten willen aansluiten en actief willen meedenken. Hun adviezen, inzichten en praktijkervaring zijn niet alleen waardevol, maar helpen ons ook om de ideeën te vertalen naar concrete en werkbare acties binnen onze werkwijze. Daar zijn we nu mee bezig.”
Waarom een meedenksessie werkt
Een meedenksessie levert geen standaardoplossing op. Wel helpt het om scherper te kijken naar de eigen aanpak. Andere gemeenten brengen praktijkervaring, herkenning en nieuwe vragen in. Dat helpt om losse ideeën om te zetten in concrete stappen die passen bij de lokale situatie.
De belangrijkste les: probeer grip te krijgen door te trechteren. Breng de grote groep terug naar een beter beeld van de kern, de meelopers en de jongeren met zorgsignalen. Combineer dat met duidelijke keuzes in capaciteit, een vast operationeel overleg en goede communicatie met bewoners.
Ook werd duidelijk dat maatregelen realistisch moeten zijn. Een gebiedsverbod of samenscholingsverbod kan helpen, maar alleen als er genoeg capaciteit is om te handhaven. Anders verschuift het probleem.
Een volgende stap komt in beeld
De sessie liet zien hoe waardevol het is om gemeenten met elkaar in gesprek te brengen. Juist omdat vraagstukken op elkaar lijken, kunnen gemeenten veel van elkaar leren. Niet door een aanpak één op één over te nemen, maar door samen scherp te krijgen wat in de eigen situatie de volgende stap kan zijn.
Werk je bij een gemeente of ben je als professional betrokken bij een vraagstuk rond jeugdoverlast? En wil je daar laagdrempelig over sparren in een kleine setting? Mail dan naar jeugd@hetccv.nl.