De uitzending leidde tot veel reacties binnen het jeugd- en veiligheidsdomein. Professionals, onderzoekers en bestuurders herkennen de noodzaak om kritisch te blijven kijken naar wat werkt. Tegelijk wijzen zij erop dat de aanpak van jeugdcriminaliteit complex is. Ook is de inzet van gemeenten breder dan losse projecten of interventies.
Die discussie raakt aan een belangrijke en gedeelde opgave: hoe helpen we jongeren op tijd, zodat zij niet verder afglijden richting criminaliteit?
Preventie met Gezag
Preventie met Gezag is een landelijk programma dat gemeenten ondersteunt bij de aanpak van jeugdcriminaliteit. Het richt zich op gebieden waar jongeren extra risico lopen om in de criminaliteit terecht te komen of daarin door te groeien.
Gemeenten zetten de middelen onder meer in voor vroegsignalering, jongerenwerk, samenwerking tussen zorg en veiligheid, begeleiding van jongeren, ondersteuning van gezinnen, kennisontwikkeling en interventies. Het doel is om jongeren eerder in beeld te krijgen, passende steun en perspectief te bieden en waar nodig grenzen te stellen.
De uitzending van Zembla stelde de vraag of deze inzet voldoende is onderbouwd en of duidelijk genoeg is wat de resultaten zijn. Die vragen zijn belangrijk, zeker bij een grote maatschappelijke opgave waar publieke middelen mee gemoeid zijn.
Oog voor de bredere aanpak
De preventie van jeugdcriminaliteit is geen eenvoudige opdracht. Jongeren groeien op in verschillende omstandigheden. Problemen kunnen spelen in het gezin, op school, in de wijk, online en in de vriendengroep. Vaak is er niet één oorzaak en ook niet één oplossing.
Daarom werken gemeenten, scholen, politie, jongerenwerk, zorgpartners en andere organisaties samen aan vroegsignalering, ondersteuning, begrenzing en perspectief.
In de discussie is het belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende vormen van inzet. Preventie met Gezag is in de praktijk niet alleen een programma voor nieuwe projecten of interventies. Het is ook een manier om bestaande lokale aanpakken, samenwerking en kennisontwikkeling te versterken. Denk aan monitoring, kennisgestuurd werken, sterkere zorg- en veiligheidsnetwerken en betere samenwerking tussen professionals in de wijk.
Het dagelijkse werk van lokale professionals vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de aanpak. Jongerenwerkers, wijkagenten, boa’s, docenten, reclasseringsmedewerkers, zorgprofessionals en gemeentemedewerkers spelen een belangrijke rol in het vroeg zien en ondersteunen van jongeren.
Ruimte voor reflectie en leren
De reacties op de uitzending laten zien dat er behoefte is aan reflectie. Wat gaat goed? Wat kan beter? Waar is meer onderbouwing nodig? En hoe zorgen we dat de inzet aansluit bij wat jongeren nodig hebben? Gemeenten en partners werken aan een ingewikkelde opgave, vaak onder hoge druk. Juist dan is het belangrijk om kennis uit onderzoek, ervaring uit de praktijk en de stem van jongeren en gezinnen te verbinden.
Preventie vraagt ook om een lerende aanpak. Gemeenten en partners moeten blijven volgen wat hun inzet oplevert. Wat werkt, voor wie, wanneer en onder welke voorwaarden? En waar is bijsturing nodig? Ook het stoppen of aanpassen van activiteiten kan daarbij horen.
Sterke sociale basis
In het gesprek over preventie gaat veel aandacht uit naar interventies en programma’s. Tegelijk begint preventie vaak veel dichter bij jongeren. In het gezin, op school, op straat, bij de sportclub en in de wijk.
Een sterke sociale basis is daarom belangrijk. Professionals die jongeren kennen, kunnen zorgen eerder zien. Denk aan mentoren, jongerenwerkers, wijkagenten, jeugdprofessionals en buurtteams. Zij kunnen signalen verbinden, vertrouwen opbouwen en jongeren helpen voordat problemen groter worden.
Relaties, continuïteit en aanwezigheid zijn daarbij van grote waarde. Zonder vertrouwen komt ondersteuning vaak niet goed aan bij de jongeren voor wie die bedoeld is.
Samen verder werken
De discussie naar aanleiding van Zembla onderstreept hoe belangrijk het is om kennis, praktijk en beleid goed met elkaar te verbinden. Gemeenten en partners staan voor de taak om jongeren eerder in beeld te krijgen, passende hulp en perspectief te bieden en waar nodig duidelijke grenzen te stellen.
Dat vraagt om samenwerking tussen veel partijen, duidelijke keuzes en een open houding om van elkaar te leren. Reflectie is daarbij geen bijzaak, maar een voorwaarde om de aanpak verder te brengen.
Het CCV volgt de ontwikkelingen vanuit haar rol als onafhankelijke kennispartner voor gemeenten en professionals in het jeugd- en veiligheidsdomein. Het CCV deelt kennis, praktijkvoorbeelden en handvatten die helpen bij vroegsignalering en de preventie van jeugdcriminaliteit.