Direct naar content
2 juli 2026Adolescentenstrafrecht, Jeugdcriminaliteit

Zweden wil jonge tieners zwaarder straffen: wat kunnen we leren voor preventie?

Zweden wil jonge tieners die ernstige misdrijven plegen zwaarder kunnen straffen. Jongeren van 15 tot en met 17 jaar kunnen daar sinds kort in de gevangenis terechtkomen in plaats van in gesloten jeugdzorg. Ook wordt gekeken of 14-jarigen in de toekomst vastgezet kunnen worden.

Jongen met handboeien om.

Dat schrijft EenVandaag in een artikel over de Zweedse aanpak van jeugdcriminaliteit. De aanleiding is de zorg over jonge kinderen en tieners die betrokken raken bij zware criminaliteit en criminele netwerken.

Volgens hoogleraar ontwikkelingspsychologie Veroni Eichelsheim is opsluiten niet vanzelf de oplossing. Jongeren zijn nog in ontwikkeling. Juist daarom is het belangrijk om het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht vast te houden.

Eerder zien wat er speelt bij de jeugd

Ook in Nederland maken professionals zich zorgen over jonge aanwas in de criminaliteit. Soms gaat het om jongeren die opdrachten uitvoeren voor criminele netwerken. Denk aan drugs bezorgen, geld wegsluizen, geweld plegen of betrokken raken bij explosies. Voor gemeenten en partners is daarom de vraag: hoe krijgen we jongeren eerder in beeld?

“Als een jongere pas in beeld komt na een ernstig delict, zijn er vaak al veel signalen geweest. De kunst is om die signalen eerder samen te brengen. Niet om jongeren te labelen, maar om op tijd te kunnen helpen en begrenzen”, zegt Nicole Langeveld, adviseur (online) jeugdcriminaliteit bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV).

De Wegwijzer Jeugd en Veiligheid biedt hiervoor de handreiking Zó krijg je samen zicht op jongeren. Deze handreiking helpt gemeenten en partners om vroegsignalering goed te organiseren. Het gaat om het herkennen, delen, wegen en opvolgen van signalen.

Signalen jeugdcriminaliteit vragen om samenwerking

Eén signaal zegt vaak niet genoeg. Een jongere kan bijvoorbeeld ineens veel geld hebben, school vermijden, ander online gedrag laten zien of omgaan met oudere jongeren. Pas als professionals hun signalen zorgvuldig naast elkaar leggen, ontstaat een beter beeld. Daarvoor zijn duidelijke afspraken nodig. Wie ziet wat? Waar kunnen zorgen worden gedeeld? Wie weegt de signalen?

En wie zorgt dat er actie komt? “Vroegsignalering werkt alleen als er ook opvolging is. Een signaal delen is geen eindpunt. Het moet leiden tot contact, steun, grenzen en perspectief voor de jongere,” zegt Frannie Herder, adviseur (online) jeugdcriminaliteit bij het CCV.

Ook bestaanszekerheid speelt mee

Jongeren raken niet zomaar betrokken bij criminaliteit. Vaak spelen er meerdere factoren tegelijk. Denk aan schulden, stress thuis, schooluitval of druk vanuit de straat of online omgeving.

Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar bestaanszekerheid. Niet omdat armoede automatisch leidt tot criminaliteit, maar omdat financiële stress en gebrek aan perspectief jongeren kwetsbaarder kunnen maken. Criminele netwerken maken daar gebruik van. Preventie vraagt daarom om een brede aanpak. Met aandacht voor school, gezin, inkomen, hulp en toekomstkansen.

Aan de slag met vroegsignalering

De discussie in Zweden raakt aan een vraag die ook in Nederland speelt: hoe voorkomen we dat jongeren verder afglijden richting criminaliteit. Maar bij jongeren blijft de vraag belangrijk welke aanpak helpt om herhaling te voorkomen en ontwikkeling mogelijk te maken.

Wil je in jouw gemeente aan de slag met vroegsignalering? Bekijk dan de handreiking Zó krijg je samen zicht op jongeren en de Toolbox Vroegsignalering en preventie.

Lees meer

Lees ook deze artikelen:

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan