Uit dit onderzoek blijkt dat in de bestraffing van 16- tot 23-jarigen, naast de ernst van het gepleegde misdrijf, ook de ontwikkeling van een adolescente dader en de (on)mogelijkheden van pedagogische behandeling van de dader een belangrijke rol spelen.
Het onderzoek geeft antwoord op de vragen: wie zijn deze jongeren bij wie het adolescentenstrafrecht wordt toegepast? Wat voor misdrijven plegen zij en hoe worden zij daarvoor gestraft? Wat zijn de verschillen met leeftijdsgenoten bij wie het reguliere strafrecht is toegepast? En wat zijn de overwegingen van rechters, officieren van justitie en deskundigen om wel of niet het adolescentenstrafrecht toe te passen, te eisen of te adviseren?