Direct naar content
22 juni 2026Niet gecategoriseerd

Twents werkproces helpt jongeren eerder in beeld te krijgen  

Hoe herken je op tijd dat een jongere in de problemen komt? En hoe deel je signalen zorgvuldig met andere partners? In Twente ontwikkelden gemeenten en professionals hiervoor een praktisch werkproces. Met één duidelijk doel: jongeren eerder helpen, voordat problemen groter worden. 

jongeren voor een keet

Centraal in de aanpak staat de Triagetafel Vroegsignalering Jeugd. Gemeenten, politie, jongerenwerkers, scholen en andere partners bespreken daar samen signalen over jongeren. Niet om meteen zwaar in te grijpen, maar om eerst goed te begrijpen wat er aan de hand is. En om als het nodig is, goede hulp, ondersteuning of begeleiding te bieden.  

Sylvia Huis in ’t Veld, Regiocoördinator Veiligheid Platform IVZ bij de Veiligheidsregio Twente, is een van de drijvende krachten achter het Twentse werkproces. Ze is de voorzitter van een integrale werkgroep waarin alle partners uit de jeugdstrafrechtketen vertegenwoordigd zijn. Huis in ’t Veld noemt de triagetafel een voorportaal voor bestaande overlegtafels. “Stel, je krijgt als professional een beetje een zere buik bij een jongere. Dan wil je weten of hij ook bij andere instanties bekend is. Hoe kijkt school ernaar? Wat is er al bij de politie bekend? Juist dat soort vragen komen aan bod aan de triagetafel.” 

Sylvia Huis in ’t Veld, Regiocoördinator Veiligheid Platform IVZ bij de Veiligheidsregio Twente
Sylvia Huis in ’t Veld

Signalen bij elkaar brengen

Volgens Huis in ‘t Veld liggen er vaak op meerdere plekken verschillende signalen. Een school ziet verzuim. De politie ziet een jongere laat op straat. Een jongerenwerker merkt dat gedrag verandert. Los van elkaar lijken die signalen soms klein. Samen kunnen ze een ander beeld geven. “Als je dat hele plaatje bij elkaar brengt, zie je soms dat er zorg nodig is. Of je ziet juist: het is opgroeigedrag, er is niks aan de hand en we laten het weer los”, legt Huis in ’t Veld uit.  

Die afweging van signalen is belangrijk. Want niet ieder signaal hoeft te leiden tot een grote aanpak. Soms kan een school zelf met ouders in gesprek. Soms is een gesprek met de wijkagent genoeg. En soms is er meer nodig, bijvoorbeeld een bredere aanpak met meerdere partners.

Het koffiezetapparaat-gesprek geformaliseerd

Het werkproces helpt professionals om zorgvuldig informatie te delen. Partners delen niet meteen alles. Eerst wordt met minimale gegevens, zoals naam en geboortedatum, gekeken of meerdere partijen dezelfde jongere in beeld hebben. Is er geen overlap? Dan stopt het proces. Is die overlap er wel? Dan bespreken de partners wat zij zien en wat nodig is. 

Huis in ‘t Veld omschrijft het treffend: “Eigenlijk hebben we het welbekende koffiezetapparaat-moment geformaliseerd.” Voorheen gebeurde dit soms informeel na een regulier overleg. Professionals die zorgen hadden over een jongere, vroegen elkaar dan: “Ken jij deze jongere ook? Moeten we daar iets mee?”

Met de Twentse aanpak is daar een duidelijke werkwijze voor. Professionals weten beter wat zij mogen delen, wanneer dat mag en met welk doel. Dat geeft vertrouwen. “Je bent een professional; je krijgt niet voor niks soms een zere buik bij een jongere. Daar mag je best wat mee doen. De wet- en regelgeving geven daar ruimte voor.”  

“Vroegtijdig signaleren en snel erbij zijn, daar gaat het om”

Vroeg erbij, niet te laat

De Twentse aanpak draait niet om systemen of overlegstructuren alleen. Het gaat om jongeren. Om eerder te zien dat het met een jongere niet goed gaat. En om sneller passende hulp, steun of begrenzing te organiseren.  

Huis in ’t Veld is daar duidelijk over: “Vroegtijdig signaleren en snel erbij zijn, daar gaat het om. Je wilt jongeren niet eerst helemaal laten verzuipen en ze pas tegenkomen als ze al diep in de problemen zitten.” 

Volgens haar kan een situatie snel verergeren. Door signalen eerder te delen en samen te beoordelen, komen partners aan de voorkant van problemen en sneller bijsturen. Dat is veel lastiger als een jongere pas in beeld komt als er al grote problemen zijn.   

Zorg en veiligheid vinden elkaar eerder

Een sterke opbrengst van de triagetafel is dat zorg en veiligheid elkaar beter weten te vinden. Gemeenten, politie, scholen en andere partners kijken samen naar dezelfde zorgen. Daardoor ontstaat sneller een compleet beeld. Dat is nodig omdat problemen van jongeren vaak niet in één domein passen. Gedrag op school kan samenhangen met problemen thuis. Overlast op straat kan een signaal zijn van iets groters. En online gedrag kan iets zeggen over groepsdruk, dreiging of kwetsbaarheid. De triagetafel helpt om die losse signalen bij elkaar te brengen. “Niet om jongeren te labelen, maar om beter te begrijpen wat zij nodig hebben,” zegt Huis in ’t Veld.  

Ook buiten de triagetafel wordt het netwerk sterker. Huis in ’t Veld: “Het is fantastisch om te zien dat het hele netwerk sterker wordt en professionals elkaar nu ook onderling weten te vinden met de juiste vragen en signalen.” 

Scholen als belangrijke schakel

Scholen zijn een belangrijke schakel in de keten. Zij merken vaak vroeg dat een jongere verandert, verzuimt of problemen heeft. Toch komen er volgens Huis in ’t Veld nog relatief weinig signalen van scholen. 

Dat komt bijvoorbeeld door zorgen over privacy, reputatie of de vraag of een probleem binnen of buiten de school hoort. “Dat is jammer, want jongeren zitten veel van hun tijd op school en laten daar veel van zichzelf zien”, zegt Huis in ’t Veld. “Juist die signalen kunnen helpen om jongeren eerder in beeld te krijgen en de juiste ondersteuning te bieden.” 

Twente wil scholen daarom de komende tijd sterker betrekken bij de aanpak. Want vroegsignalering werkt het beste als alle partners meedoen. 

Van pilot naar regionale aanpak met stevige juridische basis

De aanpak begon twee jaar geleden met een pilot in Almelo. Daarna is het werkproces verder ontwikkeld en uitgerold in de regio Twente. Intussen werken alle Twentse gemeenten met een Triagetafel Vroegsignalering Jeugd. 

Bij de ontwikkeling van de aanpak is veel aandacht besteed aan de juridische basis. De handreiking en het convenant zijn opgesteld met juristen die gespecialiseerd zijn in informatiedeling in zorg en veiligheid. Dat was nodig, zegt Huis in ‘t Veld. Niet omdat de wet samenwerking onmogelijk maakt, maar omdat professionals en lokale juristen wetteksten soms verschillend lezen. Door daar samen goed naar te kijken, staat er nu een aanpak die juridisch stevig is.” 

Tips voor gemeenten

Voor gemeenten die met deze aanpak willen starten, heeft Huis in ‘t Veld een duidelijke tip: vorm een klein werkgroepje. Zet de belangrijkste convenantpartners aan tafel en betrek meteen de jurist van de gemeente en de jurist van de politie. Zo bespreek je vragen over informatiedeling vanaf het begin. 

Een andere belangrijke randvoorwaarde is een sterke voorzitter van de triagetafel. Die bewaakt het doel van het overleg: wat zien we, wat mogen we delen en wat is nodig voor deze jongere? Huis in ’t Veld legt uit: “Een goede voorzitter houdt het gesprek scherp. Niet te breed, niet te zwaar en niet langer dan nodig. Ook zorgt de voorzitter dat iedereen weet welke vervolgstap is afgesproken. We zien nu zelf de waarde van een stevige voorzitter aan het begin van het proces. Alle deelnemers weten wat wel en niet kan en bevraagt elkaar met de juiste vragen. Dat is echt winst als je ziet waar we vandaan kwamen!”

Regionaal werken geeft duidelijkheid

De ervaringen in Twente laten ook zien hoe belangrijk een regionale aanpak is. Partners zoals de politie werken niet per gemeente, maar in een groter gebied. Dan helpt het als gemeenten binnen een regio op dezelfde manier werken. Dat voorkomt dat elke gemeente zelf het wiel moet uitvinden. Ook wordt duidelijker waar partners signalen kwijt kunnen en welke route daarna volgt. 

Huis in ‘t Veld houdt daarom contact houdt met de gemeenten die met het werkproces werken. “Eens in de paar maanden bespreek ik met contactpersonen hoe het gaat. Wat loopt goed? Waar lopen zij tegenaan? Is er nog extra toelichting nodig? Zo blijft de aanpak niet alleen op papier goed geregeld, maar blijft het ook in de praktijk levend.” 

Ook bruikbaar voor andere regio’s en gemeenten

Andere gemeenten en regio’s kunnen het werkproces en convenant voor de Triagetafel Vroegsignalering Jeugd gebruiken voor hun eigen praktijk. “We hebben een stevige aanpak voor een gezamenlijke vroegsignalering neergezet dat goed juridisch onderbouwd is. We zien dat het werkt en vooral professionals helpt hun werk nóg beter te doen. Dat delen we natuurlijk graag,” besluit Huis in ’t Veld.  

De Twentse aanpak is een mooi voorbeeld van hoe vroegsignalering kan worden georganiseerd binnen de gemeente en regio. Ga je aan de slag met vroegsignalering? Bekijk dan ook de CCV-publicatie ‘Zo krijg je samen zicht op jongeren’. 

Meer informatie:

Lees ook deze artikelen:

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan